Home » Features » Is Luke Littler kwetsbaarder richting het WK Darts? Een derde titel op rij lijkt iets minder vanzelfsprekend

Is Luke Littler kwetsbaarder richting het WK Darts? Een derde titel op rij lijkt iets minder vanzelfsprekend

Is Luke Littler kwetsbaarder richting het WK Darts? Een derde titel op rij lijkt iets minder vanzelfsprekend

Zorgt de relatie tussen Luke Littler en het publiek voor afleiding? Afbeelding Copyright: Michael Cooper/PDC

Luke Littler blijft de grote favoriet voor het WK Darts 2026/27. Daar bestaat geen twijfel over. De nummer één van de wereld staat bij TOTO op 1,80 voor een derde wereldtitel op rij. Toch is zijn positie minder onaantastbaar dan een maand geleden. Sinds de World Series of Darts Finals volgden opvallende uitschakelingen tegen Jonny Clayton, Luke Woodhouse, Cam Crabtree en Krzysztof Ratajski.

Die reeks betekent niet dat Littler plotseling een kwetsbare speler is geworden. Daarvoor is zijn niveau nog altijd veel te hoog. Wel zijn er de laatste weken momenten waarop de negentienjarige Engelsman niet de controle had die hem in 2026 zo dominant maakte. Vooral zijn lage ondergrens tegen Woodhouse en de gemiste dubbels tegen Ratajski vallen op. Daarbij komt dat het gedoe met delen van het publiek hem zichtbaar bezighoudt, ook al valt niet te bewijzen dat dit hem wedstrijden kost.

De centrale vraag is daarom niet of Littler nog wereldkampioen kan worden. Dat kan hij vanzelfsprekend. De vraag is of zijn derde titel op rij nog net zo logisch is als eerder dit jaar. Het eerlijke antwoord is nee. Littler blijft de eerste keuze, maar de afstand tot de rest is kleiner geworden.

De recente uitschakelingen van Luke Littler op een rij

Littler verloor dit najaar een paar partijen die eerder in het jaar waarschijnlijk vooral als incidenten zouden zijn gezien. Omdat ze kort na elkaar kwamen, krijgen ze nu meer gewicht. De context per wedstrijd is echter belangrijk. Niet iedere nederlaag zegt hetzelfde.

DatumToernooiTegenstanderUitslagWat viel op?
20 septemberWorld Series of Darts Finals, kwartfinaleJonny Clayton10-4Littler kon zijn zege op Nathan Aspinall niet opvolgen
28 septemberWorld Grand Prix, eerste rondeLuke Woodhouse2-1 in setsGemiddelde van 82,41 in de afwijkende opzet met dubbele start en finish
5 oktoberWK Jeugd, halve finaleCam Crabtree6-5Verlies in de beslissende leg bij vrijwel gelijke gemiddelden
25 oktoberEuropean Championship, kwartfinaleKrzysztof Ratajski10-6Vroege achterstand, herstel tot 8-6, maar te veel gemiste dubbels

De nederlaag tegen Clayton kwam na de onrustige World Series Finals in Amsterdam. Daarna verloor Littler in Leicester verrassend van Woodhouse. Vervolgens strandde hij op het WK Jeugd tegen Crabtree. Ten slotte ging zijn jacht op de laatste nog ontbrekende grote titel op het European Championship in Dortmund ten einde tegen Ratajski.

Vier nederlagen in ruim vijf weken vormen nog geen langdurige vormdip. Toch zijn er patronen die aandacht verdienen. Littler had niet alleen moeite om te winnen, maar verloor ook een paar keer de grip op een partij. Dat gebeurde bijvoorbeeld tegen Ratajski en eerder, in een andere opzet, tegen Woodhouse.

De nederlaag tegen Woodhouse was het duidelijkste waarschuwingssignaal

De World Grand Prix was het eerste grote alarmsignaal. Littler begon als titelverdediger, maar verloor in de eerste ronde met 2-1 in sets van Luke Woodhouse. Hij won de eerste set, waarna zijn spel steeds minder vloeiend werd. Zijn gemiddelde bleef steken op 82,41. Voor de beste darter ter wereld is dat uitzonderlijk laag.

De kanttekening is wel noodzakelijk. De World Grand Prix wordt gespeeld met dubbel-in en dubbel-uit. Een speler moet dus met een dubbel openen én een dubbel sluiten. Daardoor kunnen enkele gemiste pijlen het gemiddelde en het wedstrijdverloop sterk beïnvloeden. De partij tegen Woodhouse is daarom niet rechtstreeks te vergelijken met een gewone wedstrijd over legs.

Toch bleef vooral de manier van verliezen hangen. Littler miste kansen op dubbels en oogde niet ontspannen in een rommelige partij. Bovendien eindigde zijn reeks van 36 overwinningen in PDC-rankingwedstrijden op televisie. Dat is geen bewijs dat zijn niveau is verdwenen. Het laat echter wel zien dat zijn veiligheidsmarge kleiner is wanneer het spel niet direct loopt.

Tegen Crabtree was er geen echte vormcrisis

De nederlaag tegen Cam Crabtree wordt vaak in één adem genoemd met die tegen Woodhouse. Toch vertelt die partij een ander verhaal. Littler verloor de halve finale van het WK Jeugd met 6-5, maar gooide zelf 97,88 gemiddeld. Crabtree noteerde met 97,91 vrijwel hetzelfde gemiddelde.

Littler keek tegen een 2-0 achterstand aan, knokte zich terug naar 3-2 en kreeg later bij 5-4 tegen alsnog een kans op de beslissende leg. Met een 117-finish forceerde hij die zelfs. Crabtree hield vervolgens zijn zenuwen onder controle en won de laatste leg met een 16-darter op dubbel 6.

Dat verlies maakt Littler niet fragiel. Integendeel, hij bleef knokken en speelde statistisch gewoon goed. Bovendien is het WK Jeugd een kort toernooi met partijen tot zes legs. In zo’n korte opzet weegt één gemiste dubbel of één goede leg van de tegenstander veel zwaarder dan op het lange WK Darts in Alexandra Palace.

De les uit die partij is vooral dat jonge tegenstanders niet meer onder de indruk zijn van Littlers naam. Crabtree speelde voluit, bleef na Littlers inhaalrace rustig en strafte zijn kans af. Dat is precies het soort weerstand dat Littler straks ook op het grote WK al in de eerste rondes kan tegenkomen.

Ratajski liet zien waar Littler wél te pakken is

De kwartfinale tegen Krzysztof Ratajski op het European Championship was inhoudelijk de interessantste nederlaag. Littler verloor met 10-6, maar het gemiddelde van 99,08 is op zichzelf niet slecht. Het probleem zat elders.

Ratajski begon bijzonder scherp en liep uit naar 7-1. Bij de pauze stond het 8-2. Littler herpakte zich en kwam terug tot 8-6. Daardoor leek een inhaalrace nog mogelijk. Toch miste hij daarna opnieuw kansen, terwijl Ratajski zijn niveau vasthield. De Pool gooide 100,79 gemiddeld en finishte 10 uit 18 pijlen op de dubbels. Littler kwam uit op 6 uit 16.

Ratajski versloeg Littler tijdens dit EK Darts – Copright: Michael Cooper/PDC

Juist die cijfers zijn veelzeggend. Littler verloor niet omdat hij werd weggeblazen op de triples. Hij verloor doordat hij te laat in de wedstrijd kwam en minder efficiënt finishte dan zijn tegenstander. Tegen de beste zestien spelers van Europa is een achterstand van 7-1 normaal gesproken te groot, hoe hoog de scorende kwaliteit daarna ook is.

Bovendien had Littler Ratajski in de zeven eerdere ontmoetingen steeds verslagen. Die eerste nederlaag verandert de onderlinge verhoudingen niet volledig. Toch laat zij zien dat ook een ervaren speler zonder de status van een uitgesproken WK-favoriet Littler kan ontregelen wanneer hij goed opent en de dubbels pakt.

Twee dagen topdarts maken de analyse minder somber

Wie alleen naar de uitslag tegen Ratajski kijkt, mist de andere kant van Littlers EK. Hij had eerder in Dortmund met 6-3 gewonnen van William O’Connor en daarbij 105,05 gemiddeld gegooid. Een dag later versloeg hij Nathan Aspinall met 10-5 en noteerde hij 114,47 gemiddeld, het op één na hoogste gemiddelde ooit op het European Championship.

Die twee prestaties zijn belangrijk. Ze tonen dat Littlers topniveau niet is gezakt. Hij kan nog steeds in korte tijd een tegenstander volledig overrompelen. Vooral tegen Aspinall was zijn spel zo scherp dat de discussie over een vormdip tijdelijk naar de achtergrond verdween.

Daarom is het onjuist om te spreken van een doorlopende crisis. Het betere beeld is dat Littler momenteel sterk wisselt. Zijn beste niveau is nog altijd het hoogste van het circuit. Zijn mindere wedstrijden worden echter vaker afgestraft dan in de dominante maanden van 2026. Dat verschil maakt een derde wereldtitel minder zeker, maar niet minder mogelijk.

Het publiek in Amsterdam ging over een grens

De discussie over Littler en het publiek kreeg in Amsterdam een nieuwe lading. Tijdens de World Series of Darts Finals werd hij in zijn partij tegen Danny Noppert uitgefloten. In de volgende wedstrijd tegen Nathan Aspinall klonk opnieuw gefluit, vooral wanneer Littler aan de oche stond.

Aspinall kaartte het gedrag aan bij de scheidsrechter. Die sprak het publiek daarop aan. Dat is relevant, omdat het niet om een losse reactie op sociale media ging. Er was aantoonbaar genoeg verstoring om tijdens de partij in te grijpen.

Littler kwam tegen Aspinall van 3-1 voor op 5-3 achter. Hij miste veel dubbels en zei na afloop dat hij zich in de eerste twee sessies niet zelfverzekerd voelde. Toch won hij de wedstrijd met 10-9. Bij 9-8 achter forceerde hij een beslissende leg en sloot hij die af met een twaalfdarter.

Dat slot is cruciaal voor de beoordeling. Het fluiten was onnodig en hinderlijk. Toch brak het Littler niet. Hij vond onder druk juist nog een hoog niveau en won de partij. Daarom is het te simpel om te stellen dat het Amsterdamse publiek hem al uit balans heeft gebracht als speler.

Na afloop dreigde Littler wel voorwaardelijk Nederlandse European Tour-toernooien over te slaan als de behandeling niet verandert. Dat was geen definitieve boycot en ook geen beslissing van de PDC. Het was een duidelijke waarschuwing van een speler die zijn plezier in het reizen en spelen zag afnemen.

Invloed van het publiek is aannemelijk, maar niet bewezen

Adrian Lewis noemde de behandeling van Littler door delen van het publiek oneerlijk. De tweevoudig wereldkampioen wees er terecht op dat Littler nog jong is en al onder grote druk staat. Paul Nicholson legde daarnaast uit waarom vooral onverwacht gefluit problematisch kan zijn. Een korte, scherpe verstoring vlak voor een worp kan de concentratie raken.

Dat is geloofwaardige duiding. Darten vraagt om herhaling, ritme en volledige controle over het moment van gooien. Bovendien kan Littler door zijn status als de speler die iedereen wil verslaan meer vijandige zalen verwachten dan vroeger.

Er is echter geen hard bewijs dat het publiek zijn recente nederlagen heeft veroorzaakt. De kwartfinale tegen Clayton in Amsterdam volgde weliswaar op een emotionele avond, maar een rechtstreeks verband is niet vast te stellen. In Dortmund is het tegenbewijs zelfs zichtbaar. Littler kreeg daar één keer te maken met een toeschouwer die hard op een tafel sloeg, maar beoordeelde de ontvangst verder als goed. Vervolgens had hij juist zijn beste toernooiwedstrijd tegen Aspinall.

Ook tegen Ratajski werd geen herhaald of vergelijkbaar publieksincident gemeld. Daar waren de vroege achterstand en zijn mindere dubbels de aanwijsbare sportieve factoren. Het publiek kan dus een extra belasting zijn. Het is alleen nog te vroeg om te zeggen dat het de belangrijkste verklaring voor zijn mindere fase is.

Waarom een derde WK-titel niet vanzelfsprekend is

Littler is nog altijd nummer één van de wereld. Op de PDC Order of Merit heeft hij een enorme voorsprong. Bovendien heeft hij dit seizoen al bewezen dat hij langdurig dominant kan zijn. Hij won onder meer het WK Darts, de World Masters, de UK Open, de Premier League, de World Cup of Darts en de World Matchplay.

Daarom blijft zijn TOTO-quotering van 1,80 logisch. Zonder rekening te houden met de marge van de bookmaker correspondeert die met een ruwe marktinschatting van 55,56 procent. De markt verwacht dus nog altijd veel eerder een nieuwe titel van Littler dan van welke andere speler ook.

SpelerTOTO-quotering voor de WK-titelPlaats in de markt
Luke Littler1,80Duidelijke favoriet
Luke Humphries6,00Eerste uitdager
Gerwyn Price13,00Grote kanshebber
Gian van Veen17,00Grote kanshebber
Ross Smith26,00Speler in vorm

Toch vergroot het WK Darts de kans op een misstap. Het toernooi telt 128 spelers en de kampioen moet zeven wedstrijden winnen. De wedstrijden worden bovendien langer naarmate het toernooi vordert. Een slechte start tegen een ongeslagen kwalificatiespeler kan in de eerste week al grote gevolgen hebben. Later wachten lange setpartijen, waarin een mindere sessie alsnog kan worden rechtgezet, maar waarin ook de mentale belasting groeit.

Littler hoeft dus niet één weekend goed te zijn. Hij moet drie weken lang opnieuw de beste zijn. Dat lukte hem de afgelopen twee jaar. Tegelijk komt hij nu met meer druk, meer tegenstanders die in hem geloven en een paar recente nederlagen richting Alexandra Palace.

Wie wil zien hoe de sets en de weg naar de finale precies zijn opgebouwd, vindt de uitleg op de pagina over de WK Darts-opzet.

Wie kan profiteren als Littler struikelt?

De meest logische uitdager blijft Luke Humphries. Hij heeft de ervaring van een wereldtitel en kan in lange setpartijen rustig blijven wanneer het spel niet direct loopt. Gerwyn Price is op 13,00 een speler die in vorm en met de juiste energie ieder groot toernooi kan winnen. Gian van Veen staat op 17,00 en heeft in de vorige WK-finale al laten zien dat hij zich niet door het grootste podium laat verlammen.

Luke Humphries is één van de topfavoriteten voor de titel
Copright: PDC

Ross Smith komt na zijn titel op het European Championship bovendien met veel vertrouwen naar het einde van het jaar. Zijn resultaten laten zien dat een speler buiten de vaste top drie plotseling snel kan opschuiven. Toch moet Smith op Alexandra Palace eerst nog bewijzen dat hij zijn vorm over een heel WK kan dragen.

De grootste onzekerheid blijft natuurlijk de loting. Zolang die niet bekend is, weten we niet welke route Littler of zijn voornaamste achtervolgers krijgen. Een lastige speler met sterke dubbels in de eerste week kan de titelverdediger eerder testen dan gewenst. Zodra de indeling bekend is, wordt duidelijk welke obstakels Littler en zijn concurrenten werkelijk moeten nemen. Bekijk dan de WK Darts-loting en het schema.

De actuele verhoudingen tussen alle kanshebbers staan op de pagina met WK Darts-favorieten.

Het eindoordeel: kwetsbaarder, maar nog steeds de man om te kloppen

Littler lijkt de laatste weken kwetsbaarder dan tijdens zijn beste fase van 2026. De nederlaag tegen Woodhouse liet een lage ondergrens zien. Tegen Ratajski kwam hij te laat op gang en gaf zijn dubbelpercentage de doorslag. De nederlaag tegen Crabtree was daarentegen een nipte partij op goed niveau en moet niet zwaarder worden gemaakt dan zij is.

Ook het gedoe met het publiek verdient aandacht. Het herhaalde fluiten in Amsterdam was onacceptabel en raakte hem zichtbaar. Toch toonde Littler juist in die wedstrijd veerkracht door Aspinall alsnog te verslaan. In Dortmund speelde hij vervolgens twee topwedstrijden voor hij tegen Ratajski verloor. Daarom is het te stellig om zijn mindere resultaten hoofdzakelijk aan vijandige zalen toe te schrijven.

Een andere WK-winnaar dan Littler is daardoor realistischer geworden, maar blijft niet de meest waarschijnlijke uitkomst. Littler behoudt de hoogste piek, de grootste ervaring met winnen en een ruime voorsprong op de wereldranglijst. Hij moet alleen sneller herstellen wanneer een partij stroef begint. Als hij de dubbels op tijd vindt en het publiek buiten zijn hoofd houdt, blijft hij de speler die iedereen moet verslaan.

Voor alle informatie over het toernooi, de deelnemers en de laatste updates ga je naar het WK Darts 2026/27-overzicht.