
Een WK Darts lijkt vooraf vaak overzichtelijk. De wereldkampioen, de nummer één van de ranking en de grote namen staan klaar. Zodra de eerste pijlen vliegen, verandert dat beeld echter geregeld. Een kwalificant kan een reekshoofd uitschakelen. Een debutant kan doorstoten naar de finale. En een favoriet kan na één slechte set al achter de feiten aanlopen.
Juist daarom is het WK Darts zo bijzonder. In Alexandra Palace komt de hele dartswereld samen, van gevestigde wereldkampioenen tot spelers die via een regionale qualifier hun eerste grote podium halen. Het toernooi kent records die al jaren overeind staan, maar ook genoeg verhalen die bewijzen dat een ranking niet alles zegt. Voor het programma, de opzet en de deelnemers van de komende editie kun je terecht in het overzicht van het WK Darts 2026/27.
Het WK Darts bestaat in zijn huidige vorm sinds 1994
Het eerste PDC-wereldkampioenschap vond plaats in 1994. Dennis Priestley won de finale van Phil Taylor. In de jaren daarna groeide de PDC uit tot de dominante dartbond en werd dit WK het grootste individuele toernooi van de sport.
De eerste veertien edities vonden plaats in de Circus Tavern in Purfleet. Sinds 2008 is Alexandra Palace in Noord-Londen de vaste thuishaven. Voor de editie van 2026/27 verhuist het toernooi binnen het complex naar de Great Hall. Daar strijden 128 spelers om de Sid Waddell Trophy en de hoofdprijs van £1 miljoen.
Phil Taylor blijft de recordhouder van het PDC WK
Phil Taylor won veertien PDC-wereldtitels. Geen enkele speler kwam zelfs in de buurt van dat aantal. Tel je ook zijn twee BDO-titels mee, dan staat Taylor op zestien wereldtitels in totaal.
Zijn cijfers laten zien hoe uitzonderlijk zijn tijdperk was. Taylor bereikte bij de PDC twintig finales in 25 deelnames. Hij won veertien keer en verloor zes finales. De generatie na hem heeft het veld veel breder gemaakt, maar de recordlijst van The Power blijft voorlopig onaantastbaar.
Michael van Gerwen en Raymond van Barneveld speelden een onwaarschijnlijke halve finale
De halve finale van het WK 2017 tussen Michael van Gerwen en Raymond van Barneveld geldt als een van de beste wedstrijden uit de geschiedenis van het toernooi. Van Gerwen won met 6-2 in sets, maar de cijfers vertellen vooral waarom die partij zo bijzonder was.

Van Gerwen noteerde een wedstrijdgemiddelde van 114,05. Dat is nog altijd het hoogste gemiddelde ooit in een PDC-WK-wedstrijd. Van Barneveld bleef met 109,34 nauwelijks achter. Samen kwamen zij uit op een gemiddelde van 223,39. Een uitslag kan een wedstrijd ruim laten lijken, terwijl het niveau op het podium juist uitzonderlijk dicht bij elkaar lag.
Dat duel laat ook zien waarom darts zo hard kan zijn. Van Barneveld gooide een gemiddelde waar hij in bijna iedere andere partij mee zou winnen. Tegen Van Gerwen was het niet genoeg.
De WK-prijzenpot verdubbelde in één keer
Een van de opvallendste veranderingen rond het moderne WK is de groei van het prijzengeld. Voor de editie van 2025/26 verdubbelde de totale prijzenpot in één keer van £2,5 miljoen naar £5 miljoen. Ook de cheque voor de wereldkampioen ging van £500.000 naar £1 miljoen. De editie van 2026/27 blijft op dat recordniveau.
De stijging zit niet alleen aan de top. Alle 128 deelnemers ontvangen prijzengeld. Zelfs een speler die in de eerste ronde verliest, krijgt £15.000. De hoofdprijs van £1 miljoen is wel uitzonderlijk groot. Dat ene bedrag is hoger dan de prijzenpot van veel andere grote dartstoernooien en kan de wereldranglijst stevig opschudden. Bekijk de volledige verdeling en de gevolgen voor de ranking op onze pagina over het WK Darts-prijzengeld.
Gerwyn Price zette een record neer in één set
Een hoog gemiddelde over een hele wedstrijd is indrukwekkend. Een perfecte set onder druk is iets anders. Gerwyn Price gooide in de WK-finale van 2021 tegen Gary Anderson een setgemiddelde van 136,64. Dat is het hoogste setgemiddelde in de geschiedenis van het WK.
Price miste in die set dubbel 12 voor een negendarter. Hij maakte de set alsnog af en pakte later die middag zijn eerste wereldtitel. Het moment blijft een goed voorbeeld van het verschil tussen een hoog niveau en een moment waarop alles klopt. Drie legs kunnen genoeg zijn om een hele finale van richting te laten veranderen.
Raymond van Barneveld schreef in 2007 Nederlandse dartsgeschiedenis
Raymond van Barneveld maakte in 2007 zijn PDC-WK-debuut. Hij bereikte direct de finale tegen Phil Taylor, die toen de toonaangevende speler van de sport was. Taylor kwam met 3-0 voor in sets en leek op weg naar weer een wereldtitel.

Van Barneveld gaf niet op. Hij vocht zich terug, kwam langszij en won de finale met 7-6 in sets. De beslissende leg volgde nadat hij de bull had geraakt om de laatste set te mogen beginnen. De 170-finish waarmee hij terugkwam in de wedstrijd en de beslissende dubbel behoren tot de bekendste Nederlandse dartsmomenten.
Van Barneveld werd daarmee de eerste Nederlander met een PDC-wereldtitel. Michael van Gerwen voegde later drie titels toe. In januari 2026 bereikte Gian van Veen als eerste Nederlander sinds Van Barneveld opnieuw de WK-finale, al bleek Luke Littler daarin met 7-1 te sterk.
Fallon Sherrock veranderde de blik op vrouwendarts
Fallon Sherrock zorgde op het WK van 2020 voor een doorbraak die verder reikte dan één uitslag. Zij werd de eerste vrouw die een wedstrijd won op het PDC WK. Sherrock versloeg Ted Evetts met 3-2 in sets en won daarna ook van Mensur Suljovic.
De sfeer in Alexandra Palace veranderde met haar mee. Sherrock werd een van de verhalen van het toernooi en kreeg de bijnaam Queen of the Palace. Haar twee overwinningen maakten duidelijk dat een vrouw op het grootste PDC-podium niet alleen mee kan doen, maar ook een gevestigde speler kan uitschakelen.
Luke Littler was zestien toen hij de finale haalde
Luke Littler begon het WK van 2024 als zestienjarige debutant. Hij had zich geplaatst via de Development Tour en stond ver buiten de wereldtop op de grote PDC-ranking. Toch bereikte hij de finale.
Onderweg versloeg Littler onder anderen Raymond van Barneveld en Rob Cross. In de eindstrijd verloor hij met 7-4 van Luke Humphries, maar hij was wel de jongste WK-finalist ooit. Een jaar later won Littler de wereldtitel. Begin 2026 verlengde hij die titel door Gian van Veen te verslaan.

Zijn verhaal toont hoe snel het op het WK kan gaan. Een lage positie op de ranking zegt niet altijd veel over het actuele niveau van een jonge speler die net een grote stap heeft gezet.
De meest verrassende runs op het PDC WK
Niet iedere verrassing leidt tot een wereldtitel. Sommige spelers maken juist naam door ver te komen terwijl bijna niemand dat vooraf verwacht. Deze runs horen bij de opvallendste van de PDC-historie.
| Jaar | Speler | Waarom dit zo bijzonder was |
|---|---|---|
| 2008 | Kirk Shepherd | De nummer 142 van de wereld bereikte als qualifier de finale. John Part won uiteindelijk met 7-2. |
| 2018 | Rob Cross | Cross werd in zijn eerste volledige jaar als prof wereldkampioen. Hij versloeg Van Gerwen en Phil Taylor. |
| 2020 | Fallon Sherrock | Sherrock werd de eerste vrouw die een PDC-WK-wedstrijd won en pakte daarna ook haar tweede partij. |
| 2024 | Luke Littler | De zestienjarige debutant bereikte de finale en verloor pas van Luke Humphries. |
| 2024 | Scott Williams | De ongeplaatste Engelsman haalde de halve finale en schakelde onder meer Van Gerwen uit. |
Kirk Shepherd blijft een bijzonder geval. Hij stond 142e op de wereldranglijst, werkte in de plaatbewerking en kwam via een laatste kwalificatiemogelijkheid in het veld. Toch bereikte hij de finale. Zijn route bevestigt dat een speler niet elke avond de hoogste gemiddelden nodig heeft om ver te komen. Op het juiste moment winnen, is genoeg.
Rob Cross pakte het anders aan. Hij speelde pas één volledig profjaar toen hij wereldkampioen werd. In de halve finale gaf Michael van Gerwen hem kansen door matchdarts te missen. Cross bleef rustig, pakte zijn moment en versloeg daarna Phil Taylor met 7-2 in de laatste wedstrijd uit Taylors loopbaan.
Waarom is het WK Darts zo gevoelig voor verrassingen?
Een verrassing op het WK is geen zeldzaam ongeluk. Het format en de kalender maken het toernooi juist gevoelig voor spelers die op het juiste moment pieken. Daar zijn vier duidelijke redenen voor.
De eerste rondes zijn relatief kort
De eerste en tweede ronde gaan over best of 5 sets. Een speler heeft dus drie sets nodig om te winnen. Elke set gaat meestal over maximaal vijf legs. Een outsider hoeft daardoor geen drie uur lang beter te zijn dan een topper. Een sterk halfuur kan al genoeg zijn om een grote naam onder druk te zetten.
Een gemiste dubbel op 2-2 in legs kost direct een hele set. Vervolgens kan de favoriet in een korte partij tegen een 2-0 achterstand aankijken. Dat is de reden waarom een hoge ranking geen bescherming biedt in de eerste week.
Alle reekshoofden beginnen meteen in de eerste ronde
Het WK Darts 2026/27 telt 128 deelnemers. De 32 reekshoofden krijgen wel een beschermde plek in het bracket, maar geen vrijstelling. Ook Luke Littler, Luke Humphries, Gian van Veen en Michael van Gerwen moeten dus meteen in actie komen.
Dat is anders dan bij toernooien waar de hoogst geplaatste spelers pas later instromen. Een topper kan in Ally Pally direct een qualifier treffen die al maanden toeleeft naar die ene kans. Die tegenstander heeft weinig te verliezen. Dat maakt de openingsdagen vaak onvoorspelbaar.
De wereldranglijst reageert langzaam
De PDC Order of Merit kijkt naar het verdiende prijzengeld over twee jaar. Dat is een logisch systeem voor het bepalen van de mondiale ranglijst, maar het volgt de vorm van de laatste weken niet altijd direct.
Een jonge speler kan op de Development Tour of ProTour veel winnen, zonder meteen hoog te staan op de tweejarige ranking. Littler was daar in 2024 een duidelijk voorbeeld van. Ook een speler die terugkomt van een blessure of net een nieuwe vorm vindt, kan in het schema lager staan dan zijn niveau op dat moment rechtvaardigt.
Daarom is de loting zo belangrijk. Een reekshoofd dat op papier een veilige tegenstander treft, kan in de praktijk een speler tegenover zich krijgen die veel beter is dan zijn ranking doet vermoeden. De actuele verhoudingen bij de toppers staan op de pagina met de WK Darts-favorieten.
De kerstpauze kan het ritme doorbreken
Het WK ligt stil op kerstavond en de twee kerstdagen. Daarna begint het toernooi opnieuw met de derde en vierde ronde. Voor de ene speler is de pauze welkom. Een andere speler verliest juist zijn ritme.
Ook dit leverde al grote uitslagen op. Michael Smith verloor als nummer één van de plaatsingslijst na de kerstpauze op het WK van 2024 met 4-0 van Chris Dobey. Een jaar later ging Luke Humphries, eveneens als nummer één geplaatst, met 4-1 onderuit tegen Peter Wright. De rustdagen gelden voor iedereen, maar iedere speler verwerkt ze anders.
De nummer één wint minder vaak dan je denkt
Wie naar de WK-geschiedenis van de laatste jaren kijkt, ziet dat de nummer één van de plaatsingslijst niet vanzelf de beker pakt. Tussen 2014 en 2026 gebeurde dat slechts drie keer. Michael van Gerwen won als nummer één in 2017 en 2019. Luke Littler deed dat in 2026.
In zeven van die dertien edities bereikte de nummer één niet eens de halve finale. Dat zegt niet dat de favoriet geen goede keuze is. Het onderstreept vooral hoe breed de top van het huidige darts is. Een favoriet kan de beste speler van het seizoen zijn en toch één korte wedstrijd verliezen.
Dat geldt ook voor de komende editie. Littler begint als titelverdediger en duidelijke marktleider, maar hij moet net als iedereen zeven wedstrijden winnen. De definitieve loting bepaalt vervolgens welke potentiële obstakels hij onderweg treft.
Een verrassing maakt het WK niet minder logisch
Een stunt voelt vaak als toeval. Toch zit er meestal een duidelijke reden achter. De outsider heeft recente vorm, de favoriet mist een paar dubbels of het bracket valt open doordat meerdere reekshoofden vroeg verliezen.
Het WK beloont bovendien spelers die op een klein aantal cruciale momenten scherp zijn. Een darter kan over een hele wedstrijd minder vaak 180 gooien en alsnog winnen als hij op 2-2 in legs de juiste dubbel raakt. In sets draait het niet alleen om het gemiddelde. Timing is minstens zo belangrijk.
Daarom blijven de eerste dagen van Alexandra Palace zo aantrekkelijk. De naam boven aan het schema trekt aandacht. De speler aan de andere kant kan echter het verhaal van de avond worden.
Conclusie
Het WK Darts is een toernooi van grote records en onverwachte doorbraken. Taylor blijft de man van veertien PDC-titels. Van Gerwen bezit het hoogste wedstrijdgemiddelde. Price produceerde een set die bijna niet te verbeteren lijkt. Van Barneveld gaf Nederland een finale die nog steeds wordt besproken.
Tegelijk bewijzen Shepherd, Cross, Sherrock en Littler dat een ranking, leeftijd of korte staat van dienst niet bepaalt hoe ver iemand kan komen. De eerste ronde, het setformat, de lange kalender en het brede veld van 128 spelers houden de deur open voor verrassingen. Juist dat maakt het WK ieder jaar opnieuw anders.
Veelgestelde vragen
Kirk Shepherd bereikte in 2008 als nummer 142 van de wereld de finale. Rob Cross werd in 2018 in zijn eerste volledige profjaar wereldkampioen. Welke prestatie de grootste is, hangt af van de definitie van een verrassing.
Michael van Gerwen heeft het record met 114,05. Hij gooide dat gemiddelde in de halve finale van het WK 2017 tegen Raymond van Barneveld.
Gerwyn Price gooide in de WK-finale van 2021 tegen Gary Anderson een setgemiddelde van 136,64.
Ja. Fallon Sherrock won in 2020 van Ted Evetts en werd daarmee de eerste vrouw met een overwinning op het PDC WK. Daarna versloeg zij ook Mensur Suljovic.
Het deelnemersveld telt 128 spelers. Alle deelnemers beginnen in de eerste ronde van het knock-outtoernooi.